De laatste week
Het is inmiddels week 31, de vakantie zit erop en de eerste fietstrainingen in de polder met veel wind en regen is al weer afgewerkt. Tijd om terug te kijken naar de laatste week van ons Marmotte project.
Vrijdag 27 juni eindelijk vakantie en tijd om naar Frankrijk te gaan, na een voorspoedige reis kwamen we op zaterdag aan in Bourg d’Oisans. Gelukkig is het weer goed en iedereen heeft er zin in. Nog een weekje om de laatste puntjes op de i te zetten, goed uit te rusten en tegelijk vakantie te vieren.
We doen in deze week nog 2 maal de Col du Glandon en trappen in rustig tempo wat kleinere klimmetjes in de buurt. De camping staat aan de voet van Alpe d’Huez en dat betekent dat er dagelijks van 8 uur s’morgens tot 9 uur s’avonds wielrenners voorbijrazen. Het is verleidelijk om ook “de Alpe” op te rijden maar het staat niet op het schema dus we blijven beneden, alleen Marc blijkt de verleiding niet te kunnen weerstaan en besluit naar boven te rijden.
In de loop van de week neemt de spanning bij de meeste sterk toe, dagelijks worden de weerberichten besproken, helemaal nadat de donderdag bijna volledig verregend was. Ook verhalen van andere mensen op de camping die de Marmotte wel eens eerder hebben gereden zorgen niet voor ontspanning,
Zaterdag morgen om 5.30 gaat de wekker, eerst even naar buiten kijken, gelukkig het is droog en zonnig. Eerst maar even ontbijten en koffie drinken, Barry loopt ook al nerveus over de camping, hij en Erik starten een half uurtje eerder. (Starttijd is bepaald op volgorde voor inschrijving dom, dom, dom). We zijn beide wel nerveus dit is toch het moment waar we een jaar naartoe geleefd hebben. Na Erik en Barry succes te hebben gewenst is het tijd voor de laatste dingen, het fietsshirt volproppen met eten, banden op spanning brengen etc. Om 7 uur rijd ik met Marc naar de start die om 7.30 uur is.
We starten in een vak met ongeveer 2000 andere fietsers, je kijkt je ogen uit naar het enorme aantal dure fietsen om je heen en waant je bijna in een profpeloton. Dan gaat het van start over de provinciale weg naar de Col du Glandon. Vooral proberen door te rijden zonder te forceren, gelukkig had ik deze klim al 2 keer eerder gereden en rijd ik redelijk gemakkelijk naar de top, na 2.06 ben ik boven, iets langzamer dan gehoopt maar wel nog goed fit.
De bidons bijgevuld, jasje aangetrokken en afdalen maar. Ik ben begonnen aan mijn grootste probleem van fietsen in de bergen, het afdalen. De afdaling van du Glandon is berucht omdat daar in het verleden een aantal ernstige ongelukken zijn gebeurd. Ik daal dan ook heel langzaam en wordt aan alle kanten ingehaald, Marc haalt me halverwege de afdeling in, een korte groet en hij stort zich verder naar beneden, later kom ik hem nog even tegen als hij even is gestopt om zijn jasje uit te trekken maar helaas bleek de afdaling langer te zijn dan we beide dachten en ik verlies hem weer uit het oog.
In het dal kan er gelukkig weer tempo gemaakt worden en het lukt me van groepje tot groepje te rijden zonder dat ik teveel kopwerk hoef te doen. Als stayeren is toegestaan moet je er gebruik van maken. Een paar kilometer voor de Col du Telegraphe haal ik Marc weer bij en we beginnen praktisch gelijk aan de volgende klim.
Het klimmen gaat lekker al voel ik wel al dat ik een tijdje onderweg ben zodra ik iets te hard rijd moet ik dat een paar honderd meter verder weer bekopen. Toch gaat het redelijk, ik haal meer mensen in dan ik word ingehaald. Op te top weer even drinken en dan de korte en overzichtelijke afdaling op weg naar de Galibier.
De Galibier is toch wel de “angstgegner” van de tocht van maar liefst 2642 meter hoog, ruim boven de boomgrens, je vraagt je af wat een mens daar doet. Meteen het lichtste verzet geschakeld en dan maar naar boven tokkelen, ik kreeg gezelschap van een andere fietser die vergeten had zijn ketting te smeren waardoor ik de hele klim het gepiep van zijn ketting kon horen. Ongeveer 4 km voor de top op het zwaarste gedeelte, besluit ik kort te stoppen, toevallig is er net een waterpunt, het is hier rustiger dan op de top en even de spanning van mijn benen kan geen kwaad. De pauze helpt en na enige minuten ga ik met verse moed verder omhoog vol ontzag voor het enorme lint van fietsers dat zich naar boven werkt, iedere keer als je opkijkt zie je fietsers en je denkt; dat kan niet dat we met nog zo weinig kilometers te gaan nog zoveel meer omhoog moeten.
In de laatste kilometer voor de top zie ik Erik ineens voor me, hij baalt enorm, slechte benen en denkt zelfs aan opgeven, ik moedig hem aan, maar tempo inhouden is niet mogelijk, het is zo steil dat ik dan zal omvallen. We zijn bijna boven dus Erik haalt me zowel weer in, hij daalt veel sneller dan ik.
Op de top me kan ik me geestelijk voorbereiden op de laatste afdaling. Barry en Erik hadden verteld dat deze afdaling een stuk makkelijker was dan de Glandon omdat alles overzichtelijker is. Inderdaad is de weg een stuk overzichtelijker helaas geldt hetzelfde voor de afgronden waar je langs rijdt, het wordt tijd voor een pil tegen hoogtevrees.
In de afdaling begin ik voor het eerst serieus over mijn eindtijd na te denken, 8 uur en 45 minuten is de limiet voor goud dat kan ik vergeten, 9 uur 20 minuten is dacht ik op dat moment de limiet voor zilver. Als ik rond 7 uur 40 minuten bij de voet van de Alpe d’Huez kan zijn, is zilver mogelijk, inderdaad precies om 7.40 uur ben ik bij de voet van de laatste klim. Ik pak vlug een verse bidon aan van Marianne die daar met de kids en de andere vrouwen staan aan te moedigen en ik probeer volle bak naar boven te rijden.
Na een paar bochten kom ik Barry tegen, hij is op de weg terug zat ruim binnen de limiet voor goud, grote klasse. Hij roept me dat Erik een paar bochten voor me zit, dat is goed nieuws want dat betekent dat hij niet is afgestapt. Hoewel het conditioneel nog goed gaat beginnen er toch wel kleine kwaaltjes te ontstaan, de doorbloeding van mijn voeten is zo slecht door de druk op de pedalen dat ik even moet stoppen om weer gevoel in mijn tenen te krijgen, en ik heb wat last mijn kramp in mijn bovenbenen.
Halverwege reken ik uit dat ik ongeveer 6 minuten heb per kilometer om de tijd van 9.20 te halen. In de laatste kilometers haal ik Erik weer bij, die zie ik waarschijnlijk snel bij de finish. Het laatste stuk gaat door het dorp, daar is de weg niet meer zo steil, ik finish in 9.17 uur. Al gauw kom ik er achter dat de limiet voor zilver geen 9.20 maar 10.20 uur is.
Tevreden bel ik Marianne om mijn tijd te vertellen, het doel is bereikt. Erik komt kort achter me ook over de streep, samen halen we ons diploma ZILVER op en dalen we terug naar de camping.
Nu 3 weken later kijk ik tevreden terug. Had ik sneller kunnen rijden? Misschien wel, waarschijnlijk niet snel genoeg voor goud, en ondanks dat ik nergens in het rood heb hoeven rijden heb ik toch wel wat herstel nodig gehad. Buiten de tocht zelf die je door hele mooie plekken van Frankrijk brengt heb ik een fantastisch jaar achter de rug. 2 weekenden ATB-en in de Ardennen (waar de plassen water op de bospaden heel diep kunnen zijn) een trainingsweek in de Alpen waar de eerste Alpencols werden bedwongen. Heel veel samen sporten waarbij we elkaar als groep steeds hebben kunnen stimuleren om zowel in goede als slechte omstandigheden het beste boven te kunnen halen.
Ik wil dan ook iedereen in mijn omgeving bedanken die dit project heeft gesteund in welke vorm dan ook, en vooral mijn vrouw die iedere keer toch weer begrip had als ik weer moest trainen.
Nu maar eens heel lang nadenken over een nieuwe uitdaging.
Groetjes,
Dirk
maandag 28 juli 2008
woensdag 9 juli 2008
Balen? Of toch niet?
Op 27-6 was het dan zover. Na een drukke week met werk en een last-minute-fiets-reparatie vertrokken we (Ingeborg, Joep, Gijs en ik) met de families Van Hoek, Dooper en Schouten naar de Alpen voor hetgeen waar pappa zo hard voor getraind had. Na een voorspoedige reis kwamen we aan in ons luxueuze chalet voor de komende week. Meteen de loopschoenen aangetrokken voor een zone-0-wandeling van tweeënhalf uur. Dat ging erg lekker. De volgende dag een fietsrit van vier uur. We kozen voor het eerste deel van de Marmotte, te weten de Glandon. Om dan gelijk de Croix de Fer mee te pikken. Dat scheelt drie kilometer en we waren er toch. Ik rijd als een pannenkoek en maak me toch een beetje zorgen. De eerste klim is bij mij nooit briljant, maar toch….
Na een rustdag besluit ik op dinsdag het ritje van zondag nog een keer te doen en met Dirk rijd ik fluitend naar boven. Ik krijg er spontaan weer zin in. Na een looptraining die geen naam mag hebben en een tweetal fietsritjes de Ornon op in zondagmorgen-koffie-met-appelgebak-tempo, poets ik vrijdag mijn fiets en zet mijn spullen klaar.
Zaterdag is het dan eindelijk zover. Om zeven uur mogen Barry en ik aan de bak. Met een nogal hoge hartslag van de spanning kus ik Ingeborg gedag en rijd met Barry naar het dorp. Daar staan we een half uurtje en onder de tonen van de Chapel Maison Bleu (de plaatselijke Blauhuster Dakkapel) rijden we richting de Glandon. Het eerste stukje Glandon gaat aardig, maar na de eerste helft loopt mijn hartslag erg op. Als je dan nog heel hard fietst is dat nog tot daar aan toe, maar ook dat is niet het geval. Ik houd mezelf voor dat mijn eerste klim altijd pet is en duik de afdaling in. Die gaat lekker, maar in het stuk tussen de Glandon en Telegraph kan ik de groepen gewoonweg niet volgen. Op de Telegraph zelf gaat het licht uit en dat is echt te vroeg. Gezien mijn hoeveelheid training is dit ook niet te verklaren. Ik baal als een stekker en bel Ingeborg dat ik ermee kap. Hier heb ik niet voor getraind en besluit het voor gezien te houden.
Maar wat doe je dan? Je staat in het verkeerde dal en moet naar huis. Je kunt wachten op de bus van de organisatie en die zet je dan einde van de dag af bij de start. Of je worstelt nog de Galibier over, in de wetenschap dat je de vijftig kilometer afdaling van daarna ook wel zal overleven en je het snelst weer op de camping bent. Ik kies voor de optie Galibier en blijf daarmee op het parcours. De beklimming van de Galibier is echt een drama als je al gesloopt bent en dat ben ik op dat moment. Dirk haalt me aan het eind van de klim in (Hij is een half uur later gestart, dus goed bezig). Ik begin aan de afdaling en aangezien het een afdaling betreft, beginnen mijn hersenen te malen in plaats van mijn benen.
Allerlei gedachten gaan door mijn hoofd:
- Ik heb mezelf een jaar lang rotgetraind
- Ik kan niet volgende de week nog een poging doen
- Ik ben er nu toch, dus dan wil ik ook finishen.
- Ik vergeef het mezelf nooit als ik er 15 km voor de finish mee stop
- En al die mensen dan die mij gesponsord hebben…
- En iedereen die zo heeft meegeleefd
En al weet ik inmiddels dat het geen briljante tijd gaat worden, besluit ik dat opgeven geen optie is. Ik bel Ingeborg nog een keer, dat ze me maar een bidonnetje aan de voet van de Alp d’Huez mee moet geven. Verrot ben ik al, dus die laatste vijftien kilometer op mijn tanden bijten kunnen er wel bij. Ik daal beter dan Dirk en motiveer mezelf door hem zolang mogelijk achter me te houden (slaat nergens op, want Dirk reed door zijn late start eigenlijk een half uur voor me, maar je moet wat). Dat lukt tot drie bochten voor het einde. Door iedere keer vijf tot zes honderd meter te klimmen en dan een krap half minuutje stil te staan om te herstellen, bereik ik volledig gesloopt de finish in 9.56.
Ik bel Ingeborg en merk dat ik blij ben dat ik heb doorgezet. Samen met Dirk haal ik mijn diploma op en dat blijkt ook nog eens zilver te zijn. Weer een meevaller.
Waar het nu aan gelegen heeft blijft natuurlijk de vraag. Waren het zenuwen? Ik was wel nerveus, maar dat ben ik altijd voor een wedstrijd en ik ga daar alleen maar harder door. Heb ik toch iets onder de leden? Virusje? Of gewoon een totale off-day op het verkeerde moment. Ik weet het niet en eerlijk gezegd: je doet er ook niks meer aan.
Dus baal ik er nou echt van? Tuurlijk, ik heb het gevoel dat ik ergens in een dikke negen uur had moeten kunnen finishen en dat is niet gelukt.
Maar gefinished ben ik wel en ik ben nog altijd vier uur sneller dan de laatste. En, ik heb een jaar lang met drie vrienden naar hetzelfde doel toegewerkt. Ik heb LBL gereden, twee prachtige Ardense weekenden ge-atbt, Egmond-combi gedaan en een mooie Alpenweek gehad. Niet te vergeten, de dinsdagavonden rammend op de ATB in het donker rond de Gaasperplas, donderdagavonden lopend (weer die Gaasperplas) en de zaterdagochtend (meer nacht) om zes uur met Dirk voor de ochtendwandeling van dik twee uur. En een mooie gouden generale in de Trois Ballons.
Ik heb genoten van de support en sponsoring van iedereen in mijn omgeving. Daar wil ik ook iedereen enorm voor bedanken. Het was een mooi project en uit ervaring weet ik dat de mooiste projecten aan het einde wat uitdagingen kennen, maar toch een mooi resultaat opleveren. Zie hier een mooi voorbeeld. Het resultaat van dit project was een sportjaar dat er wezen mocht. Dat het sluitstuk iets minder was, ik maal er niet meer om.
Dit was mijn laatste post op deze blog, dus deze keer niet tot blogs,
Vakantiegroets, Erik.
Na een rustdag besluit ik op dinsdag het ritje van zondag nog een keer te doen en met Dirk rijd ik fluitend naar boven. Ik krijg er spontaan weer zin in. Na een looptraining die geen naam mag hebben en een tweetal fietsritjes de Ornon op in zondagmorgen-koffie-met-appelgebak-tempo, poets ik vrijdag mijn fiets en zet mijn spullen klaar.
Zaterdag is het dan eindelijk zover. Om zeven uur mogen Barry en ik aan de bak. Met een nogal hoge hartslag van de spanning kus ik Ingeborg gedag en rijd met Barry naar het dorp. Daar staan we een half uurtje en onder de tonen van de Chapel Maison Bleu (de plaatselijke Blauhuster Dakkapel) rijden we richting de Glandon. Het eerste stukje Glandon gaat aardig, maar na de eerste helft loopt mijn hartslag erg op. Als je dan nog heel hard fietst is dat nog tot daar aan toe, maar ook dat is niet het geval. Ik houd mezelf voor dat mijn eerste klim altijd pet is en duik de afdaling in. Die gaat lekker, maar in het stuk tussen de Glandon en Telegraph kan ik de groepen gewoonweg niet volgen. Op de Telegraph zelf gaat het licht uit en dat is echt te vroeg. Gezien mijn hoeveelheid training is dit ook niet te verklaren. Ik baal als een stekker en bel Ingeborg dat ik ermee kap. Hier heb ik niet voor getraind en besluit het voor gezien te houden.
Maar wat doe je dan? Je staat in het verkeerde dal en moet naar huis. Je kunt wachten op de bus van de organisatie en die zet je dan einde van de dag af bij de start. Of je worstelt nog de Galibier over, in de wetenschap dat je de vijftig kilometer afdaling van daarna ook wel zal overleven en je het snelst weer op de camping bent. Ik kies voor de optie Galibier en blijf daarmee op het parcours. De beklimming van de Galibier is echt een drama als je al gesloopt bent en dat ben ik op dat moment. Dirk haalt me aan het eind van de klim in (Hij is een half uur later gestart, dus goed bezig). Ik begin aan de afdaling en aangezien het een afdaling betreft, beginnen mijn hersenen te malen in plaats van mijn benen.
Allerlei gedachten gaan door mijn hoofd:
- Ik heb mezelf een jaar lang rotgetraind
- Ik kan niet volgende de week nog een poging doen
- Ik ben er nu toch, dus dan wil ik ook finishen.
- Ik vergeef het mezelf nooit als ik er 15 km voor de finish mee stop
- En al die mensen dan die mij gesponsord hebben…
- En iedereen die zo heeft meegeleefd
En al weet ik inmiddels dat het geen briljante tijd gaat worden, besluit ik dat opgeven geen optie is. Ik bel Ingeborg nog een keer, dat ze me maar een bidonnetje aan de voet van de Alp d’Huez mee moet geven. Verrot ben ik al, dus die laatste vijftien kilometer op mijn tanden bijten kunnen er wel bij. Ik daal beter dan Dirk en motiveer mezelf door hem zolang mogelijk achter me te houden (slaat nergens op, want Dirk reed door zijn late start eigenlijk een half uur voor me, maar je moet wat). Dat lukt tot drie bochten voor het einde. Door iedere keer vijf tot zes honderd meter te klimmen en dan een krap half minuutje stil te staan om te herstellen, bereik ik volledig gesloopt de finish in 9.56.
Ik bel Ingeborg en merk dat ik blij ben dat ik heb doorgezet. Samen met Dirk haal ik mijn diploma op en dat blijkt ook nog eens zilver te zijn. Weer een meevaller.
Waar het nu aan gelegen heeft blijft natuurlijk de vraag. Waren het zenuwen? Ik was wel nerveus, maar dat ben ik altijd voor een wedstrijd en ik ga daar alleen maar harder door. Heb ik toch iets onder de leden? Virusje? Of gewoon een totale off-day op het verkeerde moment. Ik weet het niet en eerlijk gezegd: je doet er ook niks meer aan.
Dus baal ik er nou echt van? Tuurlijk, ik heb het gevoel dat ik ergens in een dikke negen uur had moeten kunnen finishen en dat is niet gelukt.
Maar gefinished ben ik wel en ik ben nog altijd vier uur sneller dan de laatste. En, ik heb een jaar lang met drie vrienden naar hetzelfde doel toegewerkt. Ik heb LBL gereden, twee prachtige Ardense weekenden ge-atbt, Egmond-combi gedaan en een mooie Alpenweek gehad. Niet te vergeten, de dinsdagavonden rammend op de ATB in het donker rond de Gaasperplas, donderdagavonden lopend (weer die Gaasperplas) en de zaterdagochtend (meer nacht) om zes uur met Dirk voor de ochtendwandeling van dik twee uur. En een mooie gouden generale in de Trois Ballons.
Ik heb genoten van de support en sponsoring van iedereen in mijn omgeving. Daar wil ik ook iedereen enorm voor bedanken. Het was een mooi project en uit ervaring weet ik dat de mooiste projecten aan het einde wat uitdagingen kennen, maar toch een mooi resultaat opleveren. Zie hier een mooi voorbeeld. Het resultaat van dit project was een sportjaar dat er wezen mocht. Dat het sluitstuk iets minder was, ik maal er niet meer om.
Dit was mijn laatste post op deze blog, dus deze keer niet tot blogs,
Vakantiegroets, Erik.
dinsdag 8 juli 2008
Race day!
Uiteraard begon het allemaal vrijdag al, of eigenlijk donderdag. Ach wat, de hele week toch wel wat zenuwen. Het lijkt me ook wel vrij logisch dat je zenuwachtig bent als je een jaar aan het trainen bent voor die ene dag. Toch wel vreemd dat alles afhangt van 1 dag, op die dag moet het gebeuren. Als je ziek bent heb je pech, als het slecht weer is heb je pech, als….. Je moet er ook niet te veel bij nadenken, maar het spookt toch door je hoofd. In ieder geval is weeronline deze dagen meerdere keren per dag geraadpleegd. Ik moet zeggen dat het er eerst niet echt goed uitzag, de verwachting was toch wat regen en ook zelfs onweer. Later die week werd het onweer in de avond en kans op een bui overdag. Nou ja, we zien wel.
Donderdag zijn we naar de top van de Alpe d’ Huez gereden om de startnummers op te halen. Het is een regenachtige dag (toch geen voorbode hoop ik?) maar toch besluiten velen om op de fiets naar boven te rijden. Ik kan me zelf niet voorstellen dat je dat doet, zeker niet met dit slechte weer. Bovenop is het nat en koud en afdalen is ook geen pretje. Blijkbaar willen sommige mensen graag ziek worden twee dagen voor de grote dag.
Het is aardig druk bij de inschrijving, maar we zijn redelijk snel aan de beurt. Nu blijkt dat er drie verschillende startgroepen zijn en dat Marc en Dirk om 07:30 pas starten en Erik en Ik al om 07:00. Wel jammer natuurlijk, maar het is niet anders, kunnen zij wel lekker uitslapen ;-). We kijken nog even rond op een soort markt met allerlei fiets (aanverwante) artikelen. Leuke shirtjes, wielen, helmen, sportvoeding, complete fietsen en ga zo maar door. We besluiten weer naar beneden te gaan voordat we overgaan tot de aanschaf van een nieuw frame twee dagen voor de start.
Aangezien het de verjaardag van Marianne is, hebben we die avond een bbq (lekker uitgekozen met onweer en regen). Marianne is 40(-1) geworden al wil ze het zelf niet echt weten. Het vlees smaakte lekker (ook met toevoeging van regenwater) en de pasta salades mogen er ook wezen. Al met al een bonte avond.
Op vrijdag staat er een uurtje fietsen (zone 0) op het programma en we kiezen er voor om de Col de Ornon op te rijden. Deze is niet erg stijl en we tikken lekker soepel omhoog. Halverwege worden we ingehaald door het Veltec team en we rijden een stukje samen op. Een oude bekende, Michel Snel, rijdt in dit team en we wisselen nog wat laatste tips uit (zij aan ons). Ze besluiten dat er nog even een prikkel gegeven moet worden en ik een paar tikken zijn ze weg. Wij rijden nog door tot 45 minuten en besluiten dan lekker af te dalen en terug naar de camping te fietsen.
De rest van de dag laat zich omschrijven als stilte voor de storm. Iedereen (behalve Marc) is zenuwachtig en we maken ons toch wel wat zorgen over het weer. Er staat nu ook ineens regen voorspeld voor de ochtend en daar hebben we uiteraard weinig zij in. Het is al niet prettig om meteen een nat pak te halen, maar ook de gedachten aan afdalen met natte wegen is niet erg aanlokkelijk. Dan maar naar het zwembad. Het is namelijk heerlijk weer en je kunt je dan ook niet voorstellen dat het de volgende dag slecht weer zal zijn. We zwemmen en spelen de rest van de middag met de kinderen in het bad.
’s Avonds lekker pasta ‘stapelen’ en dan nog even zitten. Vroeg naar bed toe gaan heeft toch geen zin, dus eerst maar alles klaarleggen voor de ochtend. Erik en Ik hebben afgesproken om om 5 uur op te staan (2 uur voor de start eten) en dan ben je natuurlijk nog niet zo wakker. Even kijken of alles in het shirt past, extra bandje mee, hoeveel gelletjes? He, ik kan ook een zakje voeding kwijt op mijn buis. Ja, we rommelen lekker door. Dan om 22:15 toch maar lekker gaan slapen, nou ja lekker. Ik ben geloof ik nog zes keer naar de wc geweest. Lekker veel water gedronken, maar voor de blaas is het niet zo handig.
Het is 04:50 als de wekker gaat, maar ik ben al wakker. Hop eruit, ik voel me prima. He, het ziet er best helder uit buiten, ik kan de sterren zien! Snel kijken op weeronline. Gaaf! Er staat nu overwegend zonnig voor de ochtend en in de middag pas half bewolkt en geen regen. Snel even aan Martine vertellen, maar die is nog erg slaperig. Dan maar aan de witte broodjes met honing en jam. Toch wel veel hoor 8 boterhammen zo vroeg in de ochtend. Ik krijg ze weg met hangen en wurgen.
Ik zie licht bij Erik en ga hem het goede nieuws over het weer vertellen. Hij is er ook erg blij mee. Langzaam wordt iedereen wakker en nu ook worden de eerste foto’s gemaakt. Best leuk, maar met al die drukte ga je ook dingen vergeten. Heb je je wel ingesmeerd Barry? Oh shit, helemaal vergeten! Snel nog even doen. Kunnen we dan nu weg? Ja, we hebben alles! He Barry, moet jij geen chip om roept Dirk! Oh, nee! Ik vergeet alles ineens, dit gaat niet goed komen. Gelukkig zijn er nog mensen die nadenken, dus nu kunnen we echt vertrekken.
Richting het dorp zien we pas echt hoe druk het eigenlijk is. Wat een mensen en wat een fietsen uiteraard. We worden gewezen naar ons startvak en daar is het al een drukte van jewelste. We staan ergens middenin het vak (zien we uiteraard later) en je merkt dat iedereen gespannen is. Tevens vragen wij ons af waarom er toch altijd weer mensen zijn die overal tussendoor naar voren willen. Kijk, als je echt goed was, dan stond je bij de eerste 400 in een apart startvak. Als je dan toch zo nodig helemaal vooraan wilt staan dan moet je om 3 uur opstaan of in je slaapzak bij de start gaan liggen. Maar goed, het zal mij een zorg zijn en je zult zien dat deze mannen of vrouwen er op de eerste col al af moeten.
Dan horen we een geluid wat voor een startschot moet doorgaan en het peloton komt in beweging. Daar gaan we dan, nog even een laatste aanmoediging voor Erik en we zijn weg. Zoals besproken rijden we het eerste stuk samen op en het tempo zit er goed in. De weg loopt iets naar beneden en dat is te merken, de teller loopt op naar 40 a 50 km per uur. Uiteraard zijn er weer mannen die nog harder moeten, maar het is nog lang dus niet te gek doen lijkt mij. Toch raken we elkaar kwijt al voor Allemont, maar we moeten toch alleen dus wat maakt het ook uit.
De eerste beklimming is de Glandon en wat loopt ie heerlijk zeg! Ik zit meteen in een lekker tempo en de hartslag is goed. Zoals besproken met Chris bovenin zone 2 of onderin zone 3. Anders dan in de Trois Ballons haal ik veel minder mensen in. Uiteraard passeer ik wel het een en ander en ook wordt ik zelf wel eens ingehaald, maar het is met veel minder. Het rijdt lekker. Goede groepjes en het gekke is achteraf dat je ze telkens weer terugziet, tot op de Alpe d’ Huez aan toe. In 1 uur en 48 minuten sta ik boven. Dat is best rap vind ik zelf want in de laatste serieuze training deed ik er nog 2 uur over. Snel water bijtanken (het is nog niet zo druk) en de afdaling in. De Glandon is een vervelende afdaling, hier zijn ook al vaker ongelukken gebeurd, dus goed opletten! Het gaat prima en ik doe voorzichtig aan. Op de helft besluit ik even te stoppen voor een plaspauze, wel lekker die peptiplus, maar je moet er wel veel van plassen (twee bidons in twee uur leeg!). Ik wacht even op een goede groep en besluit hier achteraan te dalen zodat ik lekker in die groep meekan richting de Telegraphe.
Het is een lang stuk (vlak met wind tegen) daar naartoe dus was het advies (van meerdere mensen) om daar lekker in een groep te gaan zitten, dat lukte dus prima. Af en toe even de kop overgenomen en dan weer lekker naar achteren. Onderaan de Telegraphe staat een watertap waar ik mijn bidons weer aanvul. Dan de tweede col van de dag.
Dit is de minst steile klim en dat is ook te merken, ik kan makkelijk omhoog op de 23 en het kost nauwelijks moeite. Op ongeveer de helft staat men spontaan flessen uit te delen wat ook goed uitkomt, want dan hoef ik bovenop niet te wachten. Na ongeveer 4 uur rijden sta ik op de top. Meteen daal ik verder en maak ik me op voor het ‘hoofdgerecht’, De Galibier! Ik zie hem al opdoemen en o, wat is dat ding toch hoog. Snel nog even goed eten en drinken en daar gaat het alweer omhoog. Het eerste stuk is echt steil. Je merkt het niet echt, maar op een soort van terrassen loopt het verschrikkelijk omhoog. Ineens merk ik een soort rilling in mijn lichaam. He, wat is dat? Vreemd, maar ik voel dat er iets niet helemaal goed gaat. Ik besluit me er niet te veel aan te storen en ik klim door.
Al snel merk ik dat ik de soepele tred van eerder kwijt ben. Het wordt meer werken en hoe hoger je komt hoe heter de zon brandt (eerst zeuren over regen nu is het weer niet goed), maar ook merk je dat er minder zuurstof in de lucht zit. Nog 8 kilometer, een minder stijl stuk, ik kom wat bij, maar wat moet ik nog ver. Nog 5 kilometer, een heel stijl stuk, ik rijd nu 8,5 km/u en ik weet nu zeker dat ik suiker te kort heb, maar wat kan ik doen? Ik heb geen cola hier, wel een mars, maar die kan ik nu niet eten, dan moet ik stoppen en dat wil ik niet want dan ben ik het ritme (welk) kwijt!
Nog 2 km, 2450 meter hoog, ik trek het bijna niet meer, ik begin naar beneden te kijken of Erik zie, hij moet me gaan inhalen ik ga nu echt langzaam. Hij is niet te zien, wel gaan ze me aan alle kanten voorbij, ik haal zelf niemand meer in. Nog 1km, een Nederlander haalt me in en roept: ‘Wat kan een kilometer lang zijn he?’. Ik beaam het en slak verder. Ik kijk omhoog en ik zie mensen staan, ik ben er dus bijna! Kom op, nog even en dan kun je even stoppen. 115km, 5 uur en 34 minuten, 2600+ meter en helemaal kapot. Ik ben boven!
Ze hebben hier alleen water dus dat vul ik snel bij. Geen cola, wel andere zoetigheid, maar dat vertrouw ik niet, dus neem ik mijn eigen mars. Dat werkt een beetje, ik stond echt te trillen en zag dingen dubbel, maar het trekt enigszins weg. Dan maar afdalen naar de Lauteret en daar een cola halen. Het afdalen gaat niet echt lekker, ik moet echt oppassen nu, want de concentratie is moeilijk te houden. Gelukkig is de Lauteret een soort satelliet berg van de Galibier en ben ik al snel op de ‘top’. Ik loop een willekeurig café binnen en bestel een cola. A emporter? Nee, gewoon snel en niet te koud! Gelukkig krijgen ze hier meer fietsers over de vloer en ze snappen het. Ik ga even zitten en doe mijn schoenen uit. Ik merk dat ik een soort kramp heb onder met name mijn linkervoet. Het lijkt wel of daar geen bloed stroomt en als ik mijn schoen losmaak gaat het weer een stuk beter. De cola werkt trouwens erg goed want ik voel mijn lichaam helemaal bijtrekken.
Op stappen dan maar weer! Ik heb geen idee hoe ik er op dat moment voor sta (kan ik nog goud halen of haal ik de finish niet eens). Gelukkig heb ik nu ruim 50 kilometer die met name afdaalt tot aan de Alpe d’ Huez. Ik rijdt niet hard voor mijn gevoel, af en toe haal ik eens iemand in, soms komen er een paar voorbij, niemand kijkt 100% fris, dus dat geeft mij ook wel weer moed. Vlak voor het meer bij de afslag naar Les Deux Alpes pik ik weer aan bij een groepje, mijn lichaam herstelt zich, na wat extra gels en behoorlijk wat water. Als het iets bergop gaat moet ik ze wel laten gaan, maar dat vind ik niet erg, ik heb toch wind mee en deze weg ken ik goed en daalt toch het grootste gedeelte nog door.
Na de zoveelste tunnel kom ik bij de afslag. Zoals besproken stop ik hier om te bellen naar Martine, het is dan nog ongeveer een half uur rijden naar de camping (en dus de voet van de laatste col). Ik ben dan 6 uur en 26 minuten onderweg. Ik merk dat ik erg emotioneel ben want de tranen komen op zetten. Ik ben dus toch nog behoorlijk leeg. Ik meld dat alles goed gaat en dat ik eraan kom, zet maar cola klaar (Martine heeft een tasje met water tot binnenbandjes). Ik sluit weer aan bij een groep en kan deze nu goed houden, ook in de wetenschap dat het laatste stuk weer vlak is en je een groep goed kan gebruiken.
Na 6 uur en 48 minuten sta ik voor de camping. Ik besef meteen dat ik nog 2 uur heb om goud te rijden en krijg hier enorm vertrouwen van. De kinderen staan echt geweldig te roepen: ‘ Hup papa, hup papa, hup papa!!!’. Ik drink mijn cola, neem twee marsen mee en wissel de laatste bidon. Nu hoor ik dat Erik het heel zwaar heeft, hij heeft twee keer overgegeven en wilde eigenlijk stoppen, Ingeborg heeft op hem in zitten praten en nu is hij toch weer onderweg. Ik vind het lullig, maar moet nu wel door, van Dirk en Marc hebben ze nog niets gehoord. De kinderen allebei een dikke kus en daar ga ik dan, nog een krappe twee uur voor de Alpe, dat moet toch lukken?
Het tempo is niet erg hoog, ik rijd ongeveer 9 km/u omhoog. Uiteraard is het eerste stuk het steilst. Als ik maar in La Garde ben, dan heb ik het ergste gehad. Op de weg staat van alles geschreven, na bocht 18 staat: ‘ De triple maar…?’, nou die stond al een tijdje. De 27 zit erop en ik maal lekker rustig door. Ik haal een bekende in die ik ook al op de Glandon, de Telegraphe en de Galibier heb gezien en we wisselen wat woorden. Ik hoor hem later roepen: ‘He mister War Child, ook een slokje cola?’. Hij heeft een blikje gekregen, maar ik houd het nu even bij water.
Bij bocht 11 besluit ik weer even te stoppen, ik rijd nu 39 minuten en ik ben ongeveer op de helft, de ‘kramp’ onder mijn linkervoet is niet te harden. Ik doe mijn schoen nog even uit en het lost weer op, hup weer verder dan maar. Nog 10 bochten en dan 2km naar de finish. Het lukt niet meer om het tempo te verhogen, dat hoeft ook niet want ik weet het nu zeker, goud ga ik halen! Ik moet nog 8km en ik heb nog meer dan een uur, ik moet nog 7km en ik heb nog meer dan uur, ik moet nog 6, nog 5 en nu zit ik zit op 7 uur en 44 minuten. Ik kan nu ook gaan lopen (als ik 5 per uur haal ;-)). De laatste bochten, ze staan weer foto’s te nemen. Ze stonden op elke col en ik denk dat als ik ze terug zie, dat ik zal schrikken van de aftakeling. ‘Even lachen…’ roepen ze maar weer, ik doe mijn best. Nog twee bochten en dan ben ik boven. Er staat behoorlijk wat publiek en dat helpt natuurlijk enorm, de mensen zijn allemaal erg enthousiast en klappen en roepen je naar boven. Nog 1 bocht, hoe vaak heb ik dit al gereden? Ik weet dat ik door moet, onder de tunnel door, dan naar rechts, nog een klein stukje klimmen, de rotonde over en dan……
Ik zie de finish! Ik ben er! Ik ben zo blij, moe, trots, op, gaar en weet ik veel wat! Ik trek mijn shirt recht (alsof ik de winnaar ben) en kom over de streep. Wauw! Ik heb het gehaald en wat een tijd! 8 uur 13 minuten en 57 seconden. Ik heb de Alpe d’ Huez beklommen in 1 uur en 23 minuten, dat is nog best aardig. Wat zal het! Ik bel meteen naar beneden, ik ben er! Ik moet weer huilen, ik ben zo blij! Als tweede bel ik Chris, ik zie dat hij nog geen 2 minuten geleden een SMS heeft gestuurd, het lijkt wel of hij het wist! Hij is ook erg trots en ik ben allemaal maar blij!
Ik hoor van Martine dat Erik wel is begonnen aan de laatste klim, hij is dus toch doorgegaan en dat vind ik grote klasse. Wat een karakter. Dirk is ook net voorbij en Marc is onderweg naar de laatste col. Gelukkig is iedereen dus nog in de race en zonder brokken onderweg. Ik zeg dat ik ga afdalen en Erik nog wat zal aanmoedigen, ik daal voorzichtig af en net na bocht 11 kom ik hem tegen, hij fietst, maar dat is ook wel zo’n beetje alles. Ik roep nog van alles, maar ik merk dat het niet echt aankomt. Een bocht later zie ik Dirk, hij is een half uur later gestart dus heeft Erik behoorlijk ingehaald. Ik roep dat Erik vlak voor hem zit en hij zit er redelijk fris uit. Kom op Dirk!
Ik weet niet dat Marc dan aan de beklimming is begonnen dus die mis ik net voor de eerste bocht, jammer! Nu is het afwachten en hopen dat het goed gaat, zeg de laatste twee uur.
Het weerzien met Martine, Noa en Luca is emotioneel en de rest is ook erg blij, maar wel nog zenuwachtig voor de eigen mannen natuurlijk. Uit eindelijk bereikt iedereen de finish en kan de champagne open! Wat een belevenis. Doen we het nog een keer? Wie zal het zeggen, maar dit neemt niemand ons meer af!
De tijden en klassering (voor zover bekend):
Barry 8:13:57 1008ste 387ste (categorie)
Dirk 9:17:03 2234ste 780ste
Erik 9:56:07 2472ste 845ste
Marc 10:38:00 3916ste 1371ste
Barry
Donderdag zijn we naar de top van de Alpe d’ Huez gereden om de startnummers op te halen. Het is een regenachtige dag (toch geen voorbode hoop ik?) maar toch besluiten velen om op de fiets naar boven te rijden. Ik kan me zelf niet voorstellen dat je dat doet, zeker niet met dit slechte weer. Bovenop is het nat en koud en afdalen is ook geen pretje. Blijkbaar willen sommige mensen graag ziek worden twee dagen voor de grote dag.
Het is aardig druk bij de inschrijving, maar we zijn redelijk snel aan de beurt. Nu blijkt dat er drie verschillende startgroepen zijn en dat Marc en Dirk om 07:30 pas starten en Erik en Ik al om 07:00. Wel jammer natuurlijk, maar het is niet anders, kunnen zij wel lekker uitslapen ;-). We kijken nog even rond op een soort markt met allerlei fiets (aanverwante) artikelen. Leuke shirtjes, wielen, helmen, sportvoeding, complete fietsen en ga zo maar door. We besluiten weer naar beneden te gaan voordat we overgaan tot de aanschaf van een nieuw frame twee dagen voor de start.
Aangezien het de verjaardag van Marianne is, hebben we die avond een bbq (lekker uitgekozen met onweer en regen). Marianne is 40(-1) geworden al wil ze het zelf niet echt weten. Het vlees smaakte lekker (ook met toevoeging van regenwater) en de pasta salades mogen er ook wezen. Al met al een bonte avond.
Op vrijdag staat er een uurtje fietsen (zone 0) op het programma en we kiezen er voor om de Col de Ornon op te rijden. Deze is niet erg stijl en we tikken lekker soepel omhoog. Halverwege worden we ingehaald door het Veltec team en we rijden een stukje samen op. Een oude bekende, Michel Snel, rijdt in dit team en we wisselen nog wat laatste tips uit (zij aan ons). Ze besluiten dat er nog even een prikkel gegeven moet worden en ik een paar tikken zijn ze weg. Wij rijden nog door tot 45 minuten en besluiten dan lekker af te dalen en terug naar de camping te fietsen.
De rest van de dag laat zich omschrijven als stilte voor de storm. Iedereen (behalve Marc) is zenuwachtig en we maken ons toch wel wat zorgen over het weer. Er staat nu ook ineens regen voorspeld voor de ochtend en daar hebben we uiteraard weinig zij in. Het is al niet prettig om meteen een nat pak te halen, maar ook de gedachten aan afdalen met natte wegen is niet erg aanlokkelijk. Dan maar naar het zwembad. Het is namelijk heerlijk weer en je kunt je dan ook niet voorstellen dat het de volgende dag slecht weer zal zijn. We zwemmen en spelen de rest van de middag met de kinderen in het bad.
’s Avonds lekker pasta ‘stapelen’ en dan nog even zitten. Vroeg naar bed toe gaan heeft toch geen zin, dus eerst maar alles klaarleggen voor de ochtend. Erik en Ik hebben afgesproken om om 5 uur op te staan (2 uur voor de start eten) en dan ben je natuurlijk nog niet zo wakker. Even kijken of alles in het shirt past, extra bandje mee, hoeveel gelletjes? He, ik kan ook een zakje voeding kwijt op mijn buis. Ja, we rommelen lekker door. Dan om 22:15 toch maar lekker gaan slapen, nou ja lekker. Ik ben geloof ik nog zes keer naar de wc geweest. Lekker veel water gedronken, maar voor de blaas is het niet zo handig.
Het is 04:50 als de wekker gaat, maar ik ben al wakker. Hop eruit, ik voel me prima. He, het ziet er best helder uit buiten, ik kan de sterren zien! Snel kijken op weeronline. Gaaf! Er staat nu overwegend zonnig voor de ochtend en in de middag pas half bewolkt en geen regen. Snel even aan Martine vertellen, maar die is nog erg slaperig. Dan maar aan de witte broodjes met honing en jam. Toch wel veel hoor 8 boterhammen zo vroeg in de ochtend. Ik krijg ze weg met hangen en wurgen.
Ik zie licht bij Erik en ga hem het goede nieuws over het weer vertellen. Hij is er ook erg blij mee. Langzaam wordt iedereen wakker en nu ook worden de eerste foto’s gemaakt. Best leuk, maar met al die drukte ga je ook dingen vergeten. Heb je je wel ingesmeerd Barry? Oh shit, helemaal vergeten! Snel nog even doen. Kunnen we dan nu weg? Ja, we hebben alles! He Barry, moet jij geen chip om roept Dirk! Oh, nee! Ik vergeet alles ineens, dit gaat niet goed komen. Gelukkig zijn er nog mensen die nadenken, dus nu kunnen we echt vertrekken.
Richting het dorp zien we pas echt hoe druk het eigenlijk is. Wat een mensen en wat een fietsen uiteraard. We worden gewezen naar ons startvak en daar is het al een drukte van jewelste. We staan ergens middenin het vak (zien we uiteraard later) en je merkt dat iedereen gespannen is. Tevens vragen wij ons af waarom er toch altijd weer mensen zijn die overal tussendoor naar voren willen. Kijk, als je echt goed was, dan stond je bij de eerste 400 in een apart startvak. Als je dan toch zo nodig helemaal vooraan wilt staan dan moet je om 3 uur opstaan of in je slaapzak bij de start gaan liggen. Maar goed, het zal mij een zorg zijn en je zult zien dat deze mannen of vrouwen er op de eerste col al af moeten.
Dan horen we een geluid wat voor een startschot moet doorgaan en het peloton komt in beweging. Daar gaan we dan, nog even een laatste aanmoediging voor Erik en we zijn weg. Zoals besproken rijden we het eerste stuk samen op en het tempo zit er goed in. De weg loopt iets naar beneden en dat is te merken, de teller loopt op naar 40 a 50 km per uur. Uiteraard zijn er weer mannen die nog harder moeten, maar het is nog lang dus niet te gek doen lijkt mij. Toch raken we elkaar kwijt al voor Allemont, maar we moeten toch alleen dus wat maakt het ook uit.
Het is een lang stuk (vlak met wind tegen) daar naartoe dus was het advies (van meerdere mensen) om daar lekker in een groep te gaan zitten, dat lukte dus prima. Af en toe even de kop overgenomen en dan weer lekker naar achteren. Onderaan de Telegraphe staat een watertap waar ik mijn bidons weer aanvul. Dan de tweede col van de dag.
Dit is de minst steile klim en dat is ook te merken, ik kan makkelijk omhoog op de 23 en het kost nauwelijks moeite. Op ongeveer de helft staat men spontaan flessen uit te delen wat ook goed uitkomt, want dan hoef ik bovenop niet te wachten. Na ongeveer 4 uur rijden sta ik op de top. Meteen daal ik verder en maak ik me op voor het ‘hoofdgerecht’, De Galibier! Ik zie hem al opdoemen en o, wat is dat ding toch hoog. Snel nog even goed eten en drinken en daar gaat het alweer omhoog. Het eerste stuk is echt steil. Je merkt het niet echt, maar op een soort van terrassen loopt het verschrikkelijk omhoog. Ineens merk ik een soort rilling in mijn lichaam. He, wat is dat? Vreemd, maar ik voel dat er iets niet helemaal goed gaat. Ik besluit me er niet te veel aan te storen en ik klim door.
Nog 2 km, 2450 meter hoog, ik trek het bijna niet meer, ik begin naar beneden te kijken of Erik zie, hij moet me gaan inhalen ik ga nu echt langzaam. Hij is niet te zien, wel gaan ze me aan alle kanten voorbij, ik haal zelf niemand meer in. Nog 1km, een Nederlander haalt me in en roept: ‘Wat kan een kilometer lang zijn he?’. Ik beaam het en slak verder. Ik kijk omhoog en ik zie mensen staan, ik ben er dus bijna! Kom op, nog even en dan kun je even stoppen. 115km, 5 uur en 34 minuten, 2600+ meter en helemaal kapot. Ik ben boven!
Ze hebben hier alleen water dus dat vul ik snel bij. Geen cola, wel andere zoetigheid, maar dat vertrouw ik niet, dus neem ik mijn eigen mars. Dat werkt een beetje, ik stond echt te trillen en zag dingen dubbel, maar het trekt enigszins weg. Dan maar afdalen naar de Lauteret en daar een cola halen. Het afdalen gaat niet echt lekker, ik moet echt oppassen nu, want de concentratie is moeilijk te houden. Gelukkig is de Lauteret een soort satelliet berg van de Galibier en ben ik al snel op de ‘top’. Ik loop een willekeurig café binnen en bestel een cola. A emporter? Nee, gewoon snel en niet te koud! Gelukkig krijgen ze hier meer fietsers over de vloer en ze snappen het. Ik ga even zitten en doe mijn schoenen uit. Ik merk dat ik een soort kramp heb onder met name mijn linkervoet. Het lijkt wel of daar geen bloed stroomt en als ik mijn schoen losmaak gaat het weer een stuk beter. De cola werkt trouwens erg goed want ik voel mijn lichaam helemaal bijtrekken.
Na de zoveelste tunnel kom ik bij de afslag. Zoals besproken stop ik hier om te bellen naar Martine, het is dan nog ongeveer een half uur rijden naar de camping (en dus de voet van de laatste col). Ik ben dan 6 uur en 26 minuten onderweg. Ik merk dat ik erg emotioneel ben want de tranen komen op zetten. Ik ben dus toch nog behoorlijk leeg. Ik meld dat alles goed gaat en dat ik eraan kom, zet maar cola klaar (Martine heeft een tasje met water tot binnenbandjes). Ik sluit weer aan bij een groep en kan deze nu goed houden, ook in de wetenschap dat het laatste stuk weer vlak is en je een groep goed kan gebruiken.
Het tempo is niet erg hoog, ik rijd ongeveer 9 km/u omhoog. Uiteraard is het eerste stuk het steilst. Als ik maar in La Garde ben, dan heb ik het ergste gehad. Op de weg staat van alles geschreven, na bocht 18 staat: ‘ De triple maar…?’, nou die stond al een tijdje. De 27 zit erop en ik maal lekker rustig door. Ik haal een bekende in die ik ook al op de Glandon, de Telegraphe en de Galibier heb gezien en we wisselen wat woorden. Ik hoor hem later roepen: ‘He mister War Child, ook een slokje cola?’. Hij heeft een blikje gekregen, maar ik houd het nu even bij water.
Bij bocht 11 besluit ik weer even te stoppen, ik rijd nu 39 minuten en ik ben ongeveer op de helft, de ‘kramp’ onder mijn linkervoet is niet te harden. Ik doe mijn schoen nog even uit en het lost weer op, hup weer verder dan maar. Nog 10 bochten en dan 2km naar de finish. Het lukt niet meer om het tempo te verhogen, dat hoeft ook niet want ik weet het nu zeker, goud ga ik halen! Ik moet nog 8km en ik heb nog meer dan een uur, ik moet nog 7km en ik heb nog meer dan uur, ik moet nog 6, nog 5 en nu zit ik zit op 7 uur en 44 minuten. Ik kan nu ook gaan lopen (als ik 5 per uur haal ;-)). De laatste bochten, ze staan weer foto’s te nemen. Ze stonden op elke col en ik denk dat als ik ze terug zie, dat ik zal schrikken van de aftakeling. ‘Even lachen…’ roepen ze maar weer, ik doe mijn best. Nog twee bochten en dan ben ik boven. Er staat behoorlijk wat publiek en dat helpt natuurlijk enorm, de mensen zijn allemaal erg enthousiast en klappen en roepen je naar boven. Nog 1 bocht, hoe vaak heb ik dit al gereden? Ik weet dat ik door moet, onder de tunnel door, dan naar rechts, nog een klein stukje klimmen, de rotonde over en dan……
Ik zie de finish! Ik ben er! Ik ben zo blij, moe, trots, op, gaar en weet ik veel wat! Ik trek mijn shirt recht (alsof ik de winnaar ben) en kom over de streep. Wauw! Ik heb het gehaald en wat een tijd! 8 uur 13 minuten en 57 seconden. Ik heb de Alpe d’ Huez beklommen in 1 uur en 23 minuten, dat is nog best aardig. Wat zal het! Ik bel meteen naar beneden, ik ben er! Ik moet weer huilen, ik ben zo blij! Als tweede bel ik Chris, ik zie dat hij nog geen 2 minuten geleden een SMS heeft gestuurd, het lijkt wel of hij het wist! Hij is ook erg trots en ik ben allemaal maar blij!
Ik weet niet dat Marc dan aan de beklimming is begonnen dus die mis ik net voor de eerste bocht, jammer! Nu is het afwachten en hopen dat het goed gaat, zeg de laatste twee uur.
Het weerzien met Martine, Noa en Luca is emotioneel en de rest is ook erg blij, maar wel nog zenuwachtig voor de eigen mannen natuurlijk. Uit eindelijk bereikt iedereen de finish en kan de champagne open! Wat een belevenis. Doen we het nog een keer? Wie zal het zeggen, maar dit neemt niemand ons meer af!
De tijden en klassering (voor zover bekend):
Barry 8:13:57 1008ste 387ste (categorie)
Dirk 9:17:03 2234ste 780ste
Erik 9:56:07 2472ste 845ste
Marc 10:38:00 3916ste 1371ste
Barry
Abonneren op:
Posts (Atom)